Logo Universiteit Utrecht

Handboek Natuurkundedidactiek

2.7 didactische benaderingen

Achtergrond

Onderwijsaanpak – Uit een door NWO-PROO gefinancierde grootschalige en systematische overzichtsstudie door onderwijsonderzoekers van de Universiteit Utrecht onder leiding van Arthur Bakker blijkt dat leerlingen een positiever beeld krijgen van bètavakken als zij daarin onderwijs krijgen volgens een vernieuwende onderwijsaanpak. Er zijn daarnaast aanwijzingen dat hun houding ten opzichte van een bètastudie of bètaloopbaan hierdoor positiever wordt. Een opvallend effect is dat ook de studieprestaties van leerlingen op de bètagebieden verbeteren door deze onderwijsmethodes.

In de overzichtsstudie zijn 65 geselecteerde experimenten in het primair en voortgezet bètaonderwijs in verschillende landen in de periode 1989-2014 geanalyseerd. De vernieuwende onderwijsmethodes die de onderzoekers in de overzichtsstudie tegenkwamen waren onder andere onderzoekend leren, contextrijk onderwijs (werken met relevante voorbeelden uit de praktijk), computerondersteund onderwijs (zoals e-learning en de inzet van de computer voor games, modelleren en meten, sturen en regelen bij practica), interactief en samenwerkend leren en/of buiten- curriculaire activiteiten (zoals excursies, gastlessen door experts en mobiele practica) – zoals in een groot deel van de paragrafen 2.7.1 t/m 2.7.10 en in de paragrafen 5.3, 5.5 en 6.6 van het handboek aan de orde komen. Deze innovatieve aanpakken verschillen van regulier bètaonderwijs. Een reguliere onderwijsaanpak kan in de meeste landen worden gekarakteriseerd als leraar-gecentreerd met focus op de bèta-inhoud van de leerstof: de leraar bepaalt de leerdoelen en het type leeractiviteiten, de leraar legt de leerstof uit en vervolgens maken de leerlingen zich deze eigen met behulp van door de leraar gekozen opdrachten, taken, vragen en/of theorie-illustrerende practica. In de studie wordt de term ‘innovatief’ gebruikt voor onderwijsaanpakken die verschillen van een dergelijke reguliere aanpak. Uiteraard is deze term relatief: in sommige landen wordt al jaren contextrijk onderwijs gegeven (zoals in Nederland), terwijl deze aanpak in andere landen nog vernieuwend is.

Het vernieuwende onderwijs blijkt meer effect te hebben in het basisonderwijs dan in het voortgezet onderwijs. Het tijdstip waarop met de aanpak wordt gestart is dus belangrijk: vroeg beginnen (al in het basisonderwijs) vergroot de kans op succes. De resultaten van het onderzoek laten zien dat het de moeite waard is om in deze innovatieve methodes te blijven investeren. Welke innovatieve aanpak ‘het beste werkt’ is uit het onderzoek nog niet duidelijk geworden, omdat tussen de methodes geen verschillen zijn gevonden. Wat vooral van belang lijkt te zijn, is dat de methodes op de juiste wijze worden toegepast.

ICT – Het artikel hieronder gaat in op het gebruik van ICT in het onderwijs en hoe dat van toegevoegde waarde kan zijn voor effectiever onderwijs, met name door de geboden mogelijkheden voor differentiatie en het geven van feedback.